15 november 2020 - Signaal 8 x 8 - We moeten het eens hebben over het klimaat

93-verloren-paradijs.jpg
   
92-signaal-8-10.jpg
83-bis-signaal-8-1.jpg

Wat konden we nog doen? Achtereenvolgende onderwerpen : poëzie, de vluchtelingencrisis, nieuwjaarswensen vermengd met maatschappijkritiek, een gedicht waar we muren mee wilden slopen, privacy, geweld tegen vrouwen, de algemene vraag waarheen tijdens corona… Hét onderwerp der onderwerpen. Het was zover. Klimaat. Daar moesten we het toch ook eens over hebben? Het cijfer 8 nodigde ons uit om buiten de oevers te treden. We beslisten om 8 dichters te koppelen aan 8 andere kunstenaars, performers, muzikanten. En waar beter kun je een actie voor het klimaat houden dan in Het Bos in Antwerpen? Deze prachtige locatie werd de plaats waar we op 15 november 2020 ons Klimaatfestival hebben gehouden.

De 8 duo’s waren stuk voor stuk memorabel. Je vindt ze terug op de foto van de line-up hieronder.

   

De acties en optredens staan voor altijd in ons geheugen gegrift en in menig huis of tuin prijkt er tot de dag van vandaag nog steeds een bordje met daarop ‘Verloren Paradijs’, het resultaat van de samenwerking tussen Michaël Vandebril en Gerard Leysen. Alex Deforce belde Jan Jambon op, en belandde op diens antwoordapparaat. Frederik Willem Daem maakte een installatie samen met Cathérine Lemblé met als catchphrase : “Zijn gletsjers ook poëzie? Wij zeggen: "Absoluut."

Jan Ducheyne trad op samen met de weergaloze drummer Steve Slingeneyer (Soulwax, One Man Party). Pieter Jan Vervondel (Madensuyu) trad hier voor het eerst op met de enigmatische en ontwapenende Prisca Agnes Nishimwe, Lotte Dodion maakte een verstild en ontroerend werk met geluidskunstenaar Adriaan De Roover. Vincent Van Meenen trad op met acteur/muzikant Julien Neirynck. Maya Mertens en Alex Deforce stelden hun conceptuele werk voor en belden politici op met hun boodschap. Dit is Alex Deforce op de voicemail van Jan Jambon (toenmalig minister-president van Vlaanderen).

83-signaal-8-1.jpg
85-signaal-8-3.jpg
85-signaal-8-3.jpg
86-signaal-8-4.jpg
88-signaal-8-6.jpg
89-signaal-8-7.jpg
90-signaal-8-8.jpg
91-signaal-8-9.jpg

Alex maakte een gedicht dat hij op Club Maté flessen aanbracht. Jens Meijen trad op, Adriaan Van Aken bracht ‘Linkse Traantjes en de Kiezer beslist’ met Joris Caluwaerts. En om af te sluiten speelden de Audiocrusaders een memorabele dj-set waar ze dansbare audio in de mix gooiden en iedereen de nacht deden in dansen. Een zeer memorabel moment, in een tijd waar er even weer wat meer mocht qua social distancing en zo. Hieronder vind je nog enkele filmpjes en foto’s terug, alsook het twintig minuten coverende gedicht van Jan Ducheyne, speciaal geschreven voor dit 8X8 festival:

Het Patroon 

(een laatste zuchtje wind) 

Geen bloemen. Meer. Géén. 

Stel je voor. 

Geen bloemen meer. 

Geen witte, geen gele, geen blauwe en geen rode rozen meer. 

Geen orchideeën, geen paardenbloemen, madeliefjes, 

geen van die mottige boterbloemen meer, of lelijke begonia’s, 

of aronskelken, perfectie benaderende tulpen, van die hangende.  

Geen wilde bloemen meer. Stel je dat maar eens voor… 

Geen wilde bloemen meer. 

Vooral dat lijkt onvoorstelbaar.  

Om te beginnen dit : 

Motivatie is de moeder aller akkers.

En vervolgens : 

Paarden stinken, wieldoppen blinken.

De natuur te huur.

Het vuur nooit opnieuw uitgevonden.

En ook dat blijft nog wel even duren.

Het wiel draait maar door.

Alle stokkenstekers wensen anoniem te blijven.

Steen- Bruin-. Rode, Groene, Blauwe, witte, 

bloem- en boerenkool met worst.

vers gedraaid.

Salami met koriander.

Avocado’s met krekels.

Wormen met smaak.

Gletsjerspasmen, uitgestelde orgasmen.

Mannetjesputters, Activistenbusinessplan.

Uitstelgedrag. Koopwoede. Dichtslibbende riviermonding. 

De gestokte rij aan een om hulp roepende kassa.

Barcode onleesbaar

Barcode onleesbaar

Kassa 4, 5, 6 en 8 

Kassa 4, 5, 6, 8, 12, 37, 88 en 112 

Overstroomd. 

Ijsberen zonder ijs. Hamburgers zonder vlees.

Altijd nog altijd overal coca-cola.

Altijd nog altijd niet of wel geloven.

De aarde is plat.

De aarde is rond.

Alles is plastiek.

Plastiek is teveel.

Dié orkaan blijft niet bestaan.

Kenny. 

Wat een stomme naam voor een superstorm.

Waar blijft The Fonz? Dat zou pas een coole storm zijn. 

Happy Days! 

Happy Days! 

Wakker worden, zonder wekker. 

Wakker worden na een fantastische droom

Pakweg zo’n droom waarin je vliegt, moeiteloos. 

Wakker worden in je vier- neen, vijfsterren hotel.
Met zicht op oneindig lijkend blauw water. 

Wakker worden en een zacht gekookt eitje

Perfect op temperatuur, vers fruitsap. 

Wakker worden, de gordijnen openschuiven en 

In het zonlicht baden. De trap aflopen, 

En dan verder… 

Wakker worden met je vertrouwde krant, 

In de tuin, met fluitende vogels op de achtergrond. 

Wakker worden en je vrouw kussen

Wakker worden en je kinderen kussen 

Wakker worden en je maîtresse kussen. 

Wakker worden, zonder zorgen. 

Wakker worden en dat onstuitbare gevoel hebben dat 

Alles wel goed komt, piece of cake. 

Wakker worden en een beetje zitten staren,

Zo met Chopin op de achtergrond, 

Wakker worden en dansen in je living, door je gang, 

De trap op, tot in je bed. 

Terug in slaap vallen na seks. 

En dan andermaal wakker worden 

Klaarwakker en 

Wakker worden en op reis vertrekken, 

Gevoerd worden, terwijl je verder ontwaakt. 

Op je gemak. 

Wakker worden en nergens heen hoeven. 

Zorgeloos wakker worden. 

Harmonieus wakker worden. 

Vanzelfsprekend wakker worden. 

Klaarwakker. 

En dan wakker worden.  

Naar buiten kijken. 

Geen hand voor ogen zien. 

De gordijnen terug dichtschuiven. 

De hele wereld terug dichtschuiven. 

De mist trekt niet meer op 

Toch niet voor de middag.

Toch niet voor de avond. 

Toch niet tot volgende week. 

Toch misschien nooit meer. 

De dag des oordeels heeft ook zijn trein gemist.

Het vagevuur bijna opgebrand.

De trams zijn op tijd, stil en elektrisch.

De auto’s met teveel.

Ademen! Wordt! Een Heikel Punt! 

Goeie spot voor die SUV.

Zo’n jaguar, had ik ‘m maar.

De bizon met pech staat in Artis.

Knuffelen met pinguïns,

Daar mogen we niet teveel op inzetten.

altijd ongemakkelijk.

Wat nog te redden valt zou zomaar eens kunnen wegrotten

Onderwijl wij flink het afwasmachine leeghalen net voor

we de quinoa opzetten. Die vervolgens aanbrandt. 

Terwijl we aan het multitasken zijn

Waar blijft mijn vlees?

Waar blijft mijn vlees?

De onbewaakte momenten zijn zo talrijk dat

We ze geen eten zouden willen geven.

De meeste amoebes die ik ken liggen

Niet echt wakker van dat klimaatverhaal.

Zelfs al haalt de nihilist

De finale, van de mens wint hij het nooit. 

Broodkruimels worden niet meer opgespaard zoals vroeger. 

Kon de uitstervende diersoort van de dag maar een laatste selfie maken.

Een sterk beeld blijft een sterk beeld.

Een boom is ook maar een boom.

En nog een boom is ook maar nog een boom. 

En nog een boom is ook maar nog een boom. 

En nog een boom is ook maar nog een boom.

En nog een boom, en nog een boom. 

Bij wijze van spreken :

Op het einde leek het ons beter

Om er verder gewoon over te zwijgen.

De meeste bruggen die wij frequenteren 

kennen hun einde noch hun begin.

We zijn hier al dagenlang aan het uitrusten tegen 

Onze goesting, waarom dan nog van kant wisselen? 

Elke kant heeft zo zijn voordeel. 

Het zal al vaker de boven- dan de onderkant zijn. 

De zijkant is de meester aller kanten. 

Kant noch wal viert elke keer zijn eigen carnaval 

En dat is niet altijd in achterafsteegjes, 

Raaskallend snelt men voort. 

En we hebben dorst. En we hebben honger. 

En we moeten kakken. En we moeten pissen. 

En we willen liefde. En we willen vreugde. En we willen vertrouwen. 

En we willen niet dat onze ogen schoppen zijn die de duistere hemel 

Uitspitten vanaf het ontwaken tot slapengaan. 

We willen alles geven wat we hebben. 

Tot we alles wat we hebben willen houden. 

Waarna we alles wat we hebben niet meer als van ons zien. 

Tot we alles wat we niet hebben niet meer willen. 

Waarop alles niks wordt. 

En niks alles. 

We nemen afscheid. 

In wat altijd het holst van de nacht lijkt. 

We vergeten te kussen. 

Mechanisch doen we laatste handelingen. 

Gordijn. Lader. Telefoon. Deken.

Automatisme. Slaap lijkt onmisbaar. 

Toch slaan we ze over. 

Ons nachtenlang woelend waken. 

De regen dagenlang. 

We blijven binnen. 

We kijken naar onze ramen. 

En kijken weg. 

Buiten is vervlogen nu.

Opgelost.  

Onze schermen redden ons

Onbewogen bewegen we miniem.  

We zweven ogenschijnlijk onopgemerkt 

Pixel per pixel 

tot in dat wat oneindig lijkt. 

Waar wij virtueel zijn, zijn wij veilig. 

Wij verdwijnen in wat wij onze huizen noemen. 

Onze hulzen. 

Wij verdwijnen in wat wij onze community noemen. 

Onze hoezen. 

Wij verdwijnen in Candy crush of Wordfeud. 

In Facebook, Instagram, onze blog

of die ene virtuele spot waarvan wij - heel even - denken 

dat nog niemand ons volgen kan.  Nog even niet. 

Onze halzen. Gebogen. 

Onze ogen. Gesloten. Luisterend naar apps die rust moeten brengen. 

Apps met het geluid van ruisende bossen, golvende zeeën, krakend ijs. 

Krakend ijS 

De overkant van mijn straat 

blijft af en toe bereikbaar 

als ik te voet van thuis vertrek. Timing is alles. 

Ik zie de waarheid in de ogen van de stad. 

De cavia van mijn buurman heeft een meerwaarde die ik niet zie.

Mijn ecologische voetafdruk is sowieso al jarenlang een goeie 46.

Er is geen planeet B, en dat is maar beter ook, 

één naar de filistijnen helpen volstaat ruimschoots. 

Maar ik heb nog plaats. Ik heb nog twéé plaatsen over. 

Iemand zin in een retourtje naar de maan? 

Deze knakker heeft drie tickets op zak,
Virgin Enterprises here we come baby!  

Eindelijk eens écht weg! 

Dan kunnen we samen turen over de vuren, 

de aangestoken bosbranden, de scheten latende koeien, 

alle schouwen tegelijk, de aan- en afvliegende vliegtuigen, 

de na ons vertrekkende raketten, en 

al dat water en water en water. 

Overzicht is belangrijk, 

en facts are facts, 

Maar de mens blijft de mens en 

De illusie, de illusie. 

De illusie van het overzicht. 

Het overzicht van de mens. 

We kennen alle patronen en de daarbij horende symbolen vanbuiten. 

We hebben alle kaarten uitgetekend, 

online gezet zelfs, 

we kennen alle wegen, 

uit het hoofd zelfs, 

en de stille steegjes die uitgeven op wijdse pleinen, 

en de binnenweggetjes, 

de veilige omwegen, 

en zelfs de plaatsen die niét op de kaarten staan.

En toch lopen we in rondjes, 

verkeerd, en op elkaar stuitend, 

stuiterend als een springbal die stilvalt in dat ene doodlopende steegje 

dat we over het hoofd hadden gezien. 

De blinde vlek in onze three sixty view.  

En van daaruit toch weer rechtsomkeer. 

De oplossing als een gloeiend, brandend vraagteken 

tegen de binnenkant van onze kop schroeiend. 

maar de mens is de meester. 

De meester na meester die 

Telkens opnieuw als bij toverslag tóch eindelijk 

het vuur heruit gevonden heeft. 

En nog eens, en nog eens. 

Vuur! Als nieuw! 

Kijk toch! Kijk! 

Vuur! 

We werken elke fucking dag 

alsof dat het enige is 

wat we kunnen, 

moeten doen. 

en we huilen het liefst 

als niemand het ziet. 

En we willen meer. 

En we willen minder. 

En we denken dat we het gaan halen, 

maar checken toch even onze telefoon 

omdat we niet zeker zijn of jij wel bevestigd hebt. 

En we nemen de trein en we rijden op onze fiets, door de stad, 

door het fijn stof en door de razernij van met teveel zijn, 

en we willen allen hetzelfde, 

alles wat hier gezegd wordt is al gezegd. 

Iedereen heeft de tape in zijn hoofd, 

en hij staat op repeat.

En toch vinden we ons bed terug. 

En toch vinden we onze geliefden, 

ook al zijn ze vervangen. 

Tussen alles dat ons omringt, 

al die zich opstapelende dingen vinden we 

nog altijd de eenvoudige warmte van zij de we 

écht willen omhelzen en dat blijven we doen, 

zo lang ons hart blijft kloppen. 

En onze kelen zuchten van opluchting 

en om moed te rapen op de bovenste plank van 

Onze voorraad vol voortdoen. 

En onze mond blijft lachen. 

En onze benen blijven sneller lopen om 

samen te zijn met zij die dat met ons willen, 

en we kijken elkaar aan en we weten wie wij zijn. 

Door onze gezichten die dat zeggen zonder 

er ook maar één woord aan te verspillen. 

We begraven onze te zwaar wegende kop in elkaar, 

als willen wij elkander hoeden voor het verliezen 

van alle controle waarvan we ook wel 

weten dat we die nooit hebben zullen.  

En we schrijven gedichten. 

En we plooien de was op. 

En we vergeten de rekeningen te betalen. 

En we brengen de kinderen naar school. 

En we zijn blij dat we geen kinderen hebben. 

En we organiseren feesten. 

En we gaan op reis. 

En we zien elkaar vertrekken. 

En we zwaaien. 

Vol geloof in weerzien. 

We wandelen elkaar naar huis. 

We wandelen weg en weten niet wat gezegd. 

Dus zwijgen we schreeuwend. 

En we maken signalen. En we zijn hier. 

Waar niemand anders en iedereen tegelijk is. 

In dit verloren paradijs. 

Wij zijn nooit bang. 

En altijd als de dood. 

In elkanders leven. 

Waar alles kruist. 

Waar alles ruis. 

Waar alles als een zeis boven alle hoofden hangt. 

En iedereen - wanneer hij tijd heeft - 

het weekend in danst. 

En verlangen.

Al dat verlangen. 

De 

tijd 

staat 

aan 

de 

z

i

j

l

i

j

n

De zijlijn geeft de tijd zijn vorm : 

een - ondanks de omstandigheden - 

nog steeds perfect gestroomlijnd keurslijf.*

Terwijl allen weten dat deze uit zichzelf 

verder tikkende outfit in de afprijzingsbakken 

van de eeuwigheid zat. 

Onderaan, de overhoop gehaalde hoop. 

Elk zichzelf respecterend gedicht over deze en verdere tijden heeft nood aan een nieuwsflash die er geen is.

NIEUWSFLASH DIE ER GEEN IS

Weg is weg. 

En van weg is er 

niet altijd meer. 

Less is not more,

Less is gone. 

En zo altijd meer van weg.  

En weg. 

En weg.

Tot alles. 

Is gezegd. 

En wijle 

Wég, 

      Als Wilde Bloemen in 

Een laatste zuchtje W   i   n     d

dit gedicht is geschreven in november 2019 - Het dateert dus uit het pre-covid 19 tijdperk.